Hulpmiddelen en aanpassingen bij erectiestoornissen; vacuumpomp en penisprothese
Pagina afdrukkenTell a friend

Inleiding
Vacuümpomp
Penisprothese
Meer informatie

Voor mannen met een erectiestoornis (erectiele dysfunctie) die niet reageren op medicijnen, zijn er verschillende hulpmiddelen beschikbaar. Vacuümpompen en penisprothesen worden het meest gebruikt. Met deze hulpmiddelen kan een man op kunstmatige wijze een erectie krijgen en houden.

Een vacuümpomp bestaat uit een plastic cilinder die via een slang op een vacuümpomp is aangesloten; dit kan een handpomp zijn of een pomp die op batterijen werkt. De cilinder wordt over de penis geschoven, waarna met de pomp onderdruk wordt gecreëerd. Hierdoor zwelt de penis op. Als de penis stijf is wordt een ring over de penis geschoven tot aan de basis om te voorkomen dat het bloed wegloopt.Op deze manier kan een erectie van ongeveer 30 minuten worden bereikt.
Het voordeel van de vacuümpomp is dat veel patiënten een (vrijwel) normale erectie krijgen en op bevredigende wijze geslachtsgemeenschap kunnen hebben. Bovendien is er geen operatieve ingreep nodig. Een nadeel is dat de afbindring soms pijn of ongemak kan veroorzaken en dat de penis koud en grijsachtig kan worden. Succes is niet altijd verzekerd bij mannen met kampen met problemen in de (slag)aders, fibrose door priapisme of infectie door een penisprothese.

Een penisprothese is een mechanisch apparaatje dat in de penis wordt geïmplanteerd. Er zijn grofweg twee typen penisprothesen: de buigzame of halfstijve prothese en de opblaasbare prothese.
Ongeveer 68 tot 85% van de gebruikers is tevreden. Uit onderzoek blijkt dat de seksuele functie verbetert, het aantal orgasmen toeneemt, minder wordt gemasturbeerd en dat de seksuele bevrediging van de partners toeneemt.

Een veel voorkomende complicatie is dat tijdens de operatie de schacht van de penis wordt beschadigd of geperforeerd. Ook kunnen er infecties ontstaan, meestal binnen drie maanden na de operatie. Andere complicaties kunnen zijn problemen met de plaats van de prothese, pijn, ontevredenheid over het cosmetische resultaat en problemen met de omvang van de erectie. De protheses worden steeds beter en daarmee neemt het aantal klachten over het algemeen af.

Anastasiadis, A. G., Wilson, S. K., Burchardt, M. et al. (2001), “Long-term outcomes of inflatable penile implants: reliability, patient satisfaction and complication management”, Current opinion in Urology, vol. 11, no. 6, November, pp. 619-623.

Derouet, H., Caspari, D., Rohde, V. et al. (1999), “Treatment of erectile dysfunction with external vacuum devices”, Andrologia, vol. 31, Suppl 1 pp. 89-94.

Lewis, R. W. & Jordan, G. H. (2002), Surgery for erectile dysfunction, in: Retik, A. B, Vaughan, D. E. & Wein, A. J. (eds) Campbell’s Urology, 8th edn, Saunders, Philadelphia.

Lue, T. F. & Broderick, G. (1998), Evaluation and non surgical management of erectile dysfunction and priapism, in: Walsh, P. C, Retik, A. B, Vaughen, E. D, et al. (eds) Campbell’s Urology, 7th edn, W. B. Saunder’s Company, London.

McCullough, A. R. (2001), “Prevention and management of erectile dysfunction following radical prostatectomy”, The Urologic Clinics of North America, vol. 28, no. 3, August, pp. 613-627.

Pocock, G. & Richards, C. D. (1999), Human Physiology, Oxford University Press, Oxford.

Witherington, R. (1991), “Vacuum devices for the impotent”, Journal of Sex and Marital Therapy, vol. 17, no. 2, pp. 69-80.


Bron: LSHTM Copyright: Medic InfoDatum: 14/04/2008Disclaimer
geavanceerd zoeken

Zoeken

















Ik wil zoeken naar: