Borstvlieskanker (longvlieskanker)
Pagina afdrukkenTell a friend

Inleiding
Oorzaak
Verschijnselen
Diagnose
Behandeling
Complicaties
Meer informatie

De longen zijn bedekt met een vlies dat het longvlies wordt genoemd. De ruimte tussen het longvlies en de longen heet de pleuraholte. Deze is bedekt met afgeplatte cellen die het zogeheten mesothelium vormen. Een kwaadaardige tumor van het mesothelium wordt mesothelioom (borstvlies- of longvlieskanker) genoemd. Het komt voornamelijk voor bij mensen die zijn blootgesteld aan asbest. Bij hen kan zich tot wel 40 jaar na de blootstelling een tumor openbaren.

De meest voorkomende oorzaak van een mesothelioom van het longvlies is een beroepsmatige blootstelling aan asbest. Een virus met de naam SV40 (simian virus 40) wordt ook verondersteld betrokken te zijn bij het ontstaan van een mesothelioom van het longvlies.

Mensen met een mesothelioom van het longvlies hebben vaak last van hoest, soms pijn op de borst en kortademigheid. De hoest gaat gepaard met de productie van slijm, dat al dan niet bloed kan bevatten. Ze kunnen ook last hebben van gebrek aan eetlust en van gewichtsverlies. In veel gevallen leidt een mesothelioom tot een abnormale vochtophoping in de pleuraholte. Deze aandoening, die pleura-effusie wordt genoemd, kan veel ongemak veroorzaken. Bovendien kan de patiënt hierdoor steeds meer moeite met ademhalen krijgen.

Onderzoeken zoals een thoraxfoto, een CT-scan en een biopsie van het longvlies bevestigen de diagnose mesothelioom van het longvlies. Het wegzuigen van het vocht uit de pleuraholte gebeurt met behulp van een naald. Vervolgens wordt dit vocht opgestuurd voor cytologisch onderzoek om kankercellen op te sporen. Een ander onderzoek is de thoracoscopie; hierbij wordt een endoscoop gebruikt om de longen en het longvlies rechtstreeks te kunnen bekijken.

Een mesothelioom van het longvlies kan worden behandeld door een operatie, radiotherapie en chemotherapie. De operatie omvat het verwijderen van het longvlies en soms van de volledige long. Dit gebeurt echter zelden, omdat dit alleen in een vroeg stadium van de ziekte mogelijk is. Bij een operatie blijven er toch nog kwaadaardige cellen achter, waardoor een vervolgbehandeling altijd noodzakelijk is. Bij radiotherapie worden de kankercellen met straling vernietigd. Chemotherapie is een behandelvorm waarbij bepaalde geneesmiddelen worden gebruikt om kankercellen te doden. Daarnaast wordt een procedure met de naam pleurodese uitgevoerd om te voorkomen dat er na drainage opnieuw een pleura-effusie optreedt. Bij pleurodese worden de twee pleurabladen aan elkaar geplakt, zodat er geen verdere vochtophoping in de pleuraholte kan plaatsvinden. In veel gevallen worden geneesmiddelen zoals doxycycline, minocycline en bleomycine, of stoffen als steriele talk gebruikt om de twee pleurabladen aan elkaar te plakken.

De kanker kan zich van de longen en het longvlies naar andere delen van het lichaam verspreiden. De kanker zorgt er ook voor dat de patiënt vatbaar wordt voor allerlei infecties, vooral schimmelinfecties. Dergelijke infecties kunnen fataal zijn, omdat ze vaak niet reageren op behandeling.

De vooruitzichten voor mensen met een kwaadaardige tumor van het longvlies zijn niet gunstig.

Informatie van het Longkankerinformatiecentrum
www.longkanker.info

Informatie van de Kankerbestrijding
www.kwfkankerbestrijding.nl

Informatie van het Instituut Asbestslachtoffers
www.asbestslachtoffers.nl

(Engels) Singhal, S. and Kaiser, L.R. (2002), “Malignant Mesothelioma: Options for Management”, The Surgical clinics of North America, vol. 82, no. 4, August, pp. 797-831 (USA)
www.ncbi.nlm.nih.gov

(Engels) Tomek, S, Emri, S, Krejcy, K, et al, (2003), “Chemotherapy for Malignant Pleural Mesothelioma: Past Results and Recent Developments”, British Journal of Cancer, vol. 27, no. 2, January, pp. 167-174 (USA)
www.ncbi.nlm.nih.gov

Crompton, G.K, Haslett, C, & Chilvers, E.R, (1999), “Diseases of the Respiratory System”, in: Haslett, C, Chilvers, E.R, Hunter, J.A.A, et al., (Eds.), Davidson’s Principles and Practice of Medicine, 18th Ed., Churchill Livingstone, London.

Davies, R.J, (1999), “Respiratory Disease”, in: Kumar, P, & Clark, M, (Eds.), Clinical Medicine, 4th Ed., Harcourt Publishers Limited, London.

Sobin, L. and Wittekind, C.H. (1997), TNM Classification of Malignant Tumours, 5th ed., Wiley-Liss.


Bron: LSHTM Copyright: MedicinfoDatum: 27/03/2008Disclaimer
geavanceerd zoeken

Zoeken

















Ik wil zoeken naar: